|
|
|
Aan het begin van de middeleeuwen was het gebied rond het latere Schokland één drassige wildernis. Mensen woonden er niet of nauwelijks; het vlakke veenmoeras was daarvoor veel te nat. Vanaf circa 1000 na Chr. werd begonnen met de ontginning van dit ontoegankelijke gebied. Het waren vooral kloosters die daarin het initiatief namen. Grote stukken veengrond werden omringd met dijkjes en via sloten ontwaterd. Waarschijnlijk was het hele gebied rond Schokland al voor de 14e eeuw op deze wijze voor landbouw geschikt gemaakt. De ontginning had echter nadelen. Door de ontwatering begon het veen in te klinken, met als gevolg dat de bodem ging dalen. Intussen had de Noordzee gezorgd voor een enorme landafbraak tussen Noord-Holland en Friesland en was de Zuiderzee ontstaan. Ook hier kreeg het zeewater steeds meer invloed. Stormvloeden en overstromingen sloegen grote stukken van het gedaalde veengebied weg. Tot circa 1450 was Schokland nog door een veenrug met het vaste land verbonden en dus een schiereiland. Toen ook deze veenrug aan de golven moest worden prijsgegeven ontstond een eiland in de Zuiderzee. Door de veenontginnimg heeft de middeleeuwse mens dus zelf een handje meegeholpen aan het ontstaan van het eiland Schokland.
|
 |
|
Het overzicht van Schokland
|
|