|
|
Na het vertrek van de eilandbevolking in 1859 gingen stemmen op om Schokland maar aan de golven prijs te geven. Er volgde veel protest. Bij schippers was de haven van Emmeloord populair als vluchthaven bij stormachtig weer. Met name de Zwolse koopman Willem Jan Schuttevaer wist schippers en andere belanghebbenden te bewegen massaal protest aan de tekenen tegen de ondergang van het eiland. En met succes. In 1862 besliste de overheid dat Schokland behouden bleef. Enkele rijksambtenaren bleven met hun gezin op het eiland wonen: een paar havenmeesters op Emmeloord, een rijksarbeider op de Middelbuurt en een lichtwachter op de Zuidpunt. Hun verblijf was ongetwijfeld eenzaam. De haven werd nog wel vaak door schippers aangedaan. Het was populair als vluchtplaats bij slecht weer en er werd vis verhandeld. In het begin van de vorige eeuw stond er zelfs enige tijd een kleine visafslag. Verder waren ieder jaar seizoensarbeiders op het eiland actief. Dijkwerkers zorgden voor het onderhoud van de zeewerken. De riet-en hooilanden waren aan handelaren verpacht.
|
 |
|
|
|
|
Het meest eenzame plekje was ongetwijfeld de vuurtoren op de Zuidpunt. Bekend is het verhaal van twee broers die er in het begin van de vorige eeuw lichtwachters waren. Vanwege de eenzaamheid en de macabere sfeer werden ze krankzinnig en moesten van het eiland worden gehaald. Toen een begin werd gemaakt met de afsluiting en drooglegging van de Zuiderzee betekende dit ook voor Schokland een grote verandering. In 1936 begonnen de werkzaamheden voor de inpoldering van de Noordoostpolder. In 1941 begon het droogmalen van de polder. In datzelfde jaar verlieten de allerlaatste bewoners het eiland bij een waterstand van nauwelijks een halve meter. Enige tijd later komt Schokland voorgoed op het droge te liggen. Einde van een eiland.
|
|