 |
|
|
 |
Natte graslanden
|
|
|
De natte graslanden zijn aangelegd om het eiland en de archeologische schatten in de bodem te beschermen. In de graslanden staat het grondwater hoger dan in het omringende landbouwgebied. Het water houdt het veen en de organische resten in de bodem nat en voorkomt dat ze verteren onder invloed van de lucht. Het benodigde water wordt ’s zomers via een sloot langs het eiland met pompen aangevoerd. In de winter houdt de neerslag de graslanden nat. Door de natte graslanden lopen dijkjes. Deze dijkjes liggen op precies dezelfde plek als in de middeleeuwen, toen boeren op deze plek in het veen hun voedsel verbouwden. De boeren woonden elk op een eigen huisterpje, die als nagemaakte ronde verhogingen in het landschap te zien zijn. Over een deel van de dijkjes en terpen lopen nu wandelpaden. De natte graslanden blijken ook voor de natuur van Schokland een welkome aanvulling. Veel diersoorten hebben er een nieuw leefgebied gevonden.
|
|
Weide- en watervogels
|
De natte graslanden zijn in trek bij vogels. Vogels als lepelaar en zilverreiger speuren in de watergangen naar vis. Ook de ijsvogels wordt er regelmatig gezien. In het voorjaar horen wandelaars vaak het tjuu-ju-ju van de tureluur, een steltlopertje dat net als de kievit in de graslanden broedt. Maar het vrolijkst klinkt toch de veldleeuwerik, die op mooie dagen al zingend tot in de hemel klimt.
|
|
Rugstreeppad
|
Op het eiland en in de natte graslanden leven veel kikkers en padden. Bijzonder is de rugstreeppad, te herkennen aan een duidelijke streep op zijn rug. Deze bedreigde paddensoort komt veel voor in de omgeving van Schokland. Hij leeft in greppels en kavelsloten, en bij voorkeur op kale grond. Op warme, vochtige avonden zijn de paringskoren van de rugstreeppad te horen. De vrouwtjes zetten hun eieren af in droogvallende poelen. ’s Zomers kan het echt krioelen van de jonge padjes.
|
|
Graslandbeheer
|
De natte graslanden worden beheerd als halfnatuurlijk grasland en niet als een hoogproductief weiland. Er wordt niet of alleen met stalmest bemest. Na het broedseizoen wordt het gras in de zomer en herfst gemaaid. Het gras wordt afgevoerd. Zo komen er geleidelijk meer kruiden in het gras. Het riet langs de sloten wordt gemaaid. Dit is niet gunstig voor de natuur, maar wordt gedaan om te voorkomen dat de rietwortels de bijzondere archeologische bodemschatten aantasten.
|
|
|
 |
 |
|
Tureluur
|
|
 |
|
Rugstreeppad
|
|
|
|
 |
|
|
|
 |
|