Het eiland

Schokland was vanaf circa 1400 een eiland in de Zuiderzee, een binnenzee met een druk scheepvaartverkeer. Van de Noordzee naar Amsterdam, Spakenburg, Harderwijk en Elburg. Van Zwolle en Kampen naar Urk, Enkhuizen, Medemblik en Amsterdam. Tot de aanleg van de Afsluitdijk in 1936 kon het op die Zuiderzee flink spoken. Bij storm en mist waren schippers blij om Schokland te zien en te horen. Als baken in zee, maar ook als veilige ankerplaats en haven. Schokland was een centraal punt in de Zuiderzee. Dankzij het keileem en de rivierduinen is het eiland behouden gebleven en niet net als het omringende gebied door de zee weggespoeld.
Sinds de droogmaking van de Noordoostpolder is het eiland Schokland een eiland op het droge geworden. Het ligt als een hogere rug in het polderland, dat op de bodem van de voormalige Zuiderzee ligt. De inrichting van de Noordoostpolder is helemaal op de tekentafel bedacht en vormt een strak lijnenspel van kavels, tochten, sloten, wegen en bomenrijen. Schokland met zijn karakteristieke, door de natuur gemaakte contour en reliëf, vormt een afwijkend element in dit landschap. Al van ver is de boombeplanting te zien die als een ring rond het eiland staat, op de grens van land en water.
Niet alleen het landschap van het eiland Schokland verschilt van dat van het polderland, ook het grondgebruik is anders. In de polder overheerst het gebruik als akkerland met grootschalige teelten als aardappels en suikerbieten. Op het eiland Schokland is het grondgebruik kleinschaliger met natuurlijk grasland en akkers met “oude” gewassen als koolzaad en rogge.
Eenmaal op het eiland gekomen vallen de terpen op. De woonterpen zijn kunstmatig aangelegde verhogingen op het eiland waar de Schokkers zich terugtrokken bij hoog water. Wanneer storm en vloed samenwerkten tot stormvloed, stroomde het zeewater over het eiland heen en waren dit de enige veilige plekken.




http://www.schokland.nl