|
|
Ongeveer de helft van het Werelderfgoed Schokland is in regulier landbouwkundig gebruik, grotendeels als bouwland en een kleiner deel als weiland. Dit landbouwgebied maakt deel uit van de typerende verkaveling in de Noordoostpolder. Alle kavels zijn rechthoekig en hebben vaste maten. De belangrijkste teelten in het gebied rond Schokland zijn gewassen van voedselrijke kleigrond: aardappelen, suikerbieten en graan, maar meer en meer ook vollegrondsgroenten als witlof, kool en peen.
|
|
Boerderijtypen
|
De boerderijen in de Noordoostpolder zijn zeer herkenbaar. Na de inpoldering zijn ze door de overheid gebouwd. Ze hebben een woonhuis van rode baksteen en een landbouwschuur van beton. Deze Schokbetonnen schuren waren de eerste prefab-gebouwen in Nederland. Ze bleken zeer degelijk en bepalen nog altijd het landschap. Hoewel het basisprincipe van alle boerderijen gelijk is, zijn er vele verschillen. Een kenner ziet direct of hij te maken heeft met een melkveehouderij, een akkerbouwbedrijf of een gemengd bedrijf. Aan de maat van woonhuis en schuur kan hij zelfs de grootte van de landbouwkavels aflezen. Kenmerkend voor de boerderijen is verder de erfsingel: bijna elk erf is omringd door een rij bomen en struiken ter beschutting. Zo zijn de boerderijen al van verre te herkennen als groene eilanden. Samen met de wegbeplantingen vormen zij de groene aankleding van het landschap. Deze landschapsstructuur wordt ook nu nog zeer gewaardeerd en was aanleiding om de Noordoostpolder de Belvedere-status te geven.
|
|
Boeren met archeologie
|
Verschillende plekken in het landbouwgebied hebben een grote archeologische waarde, bijvoorbeeld waar rivierduinen of donken door de veen- en kleilagen opduiken. Hier wordt regelmatig houtskool en vuursteen gevonden. De meeste waardevolle plekken hebben inmiddels een natuurfunctie gekregen, maar de bodem rond Schokland is zo rijk aan historie, dat voor het hele werelderfgoed een bescherming van kracht is. De agrariërs in het gebied wordt gevraagd om rekening te houden met de archeologie. Zo zijn diepploegen en egaliseren werkzaamheden die alleen met vergunning mogen worden uitgevoerd. Dit kan beperkend werken op de bedrijfsvoering. De aanwezigheid van veen en zand in de ondergond leidt verder op een aantal plekken tot sterke of ongelijkmatige bodemdaling, soms gepaard gaand met slechte ontwatering. Deze bodemdaling doet zich overigens ook elders in de Noordoostpolder en Flevoland voor, en is een gevolg van de ontstaansgeschiedenis.
|
|